Vrijdag 2 september 1994, Rottumeroog

Door: Jan Scherphuis

Klik hier voor een foto-impressie van deze dag

Om kwart voor zeven opgestaan in galerie-hotellerie "De Wilgenheerd" bij Wehe-Den Hoorn en na een uitstekend verzorgd ontbijt rijden we in twintig minuten naar Noordpolderzijl. waar we de auto parkeren bij café ‘t Zielhoes onder aan de dijk.
Voor mij wordt dit het tweede bezoek in korte tijd naar Rottumeroog. In tegenstelling tot 4 augustus j.l. -de warmste dag van deze zomer- is het nu zwaar bewolkt en nogal somber. Deze keer vaart het M.S. "Noordster" dat eveneens eigendom is van schipper Louis de Jonge, die zich mij nog zeer wel herinnert van de tocht met de VSB groep een maand geleden. We zijn nu ook weer met ca 25 personen, maar deze groep kent elkaar niet en het gezelschap is zeer heterogeen. De meesten komen uit het Noorden, maar bijvoorbeeld ook een echtpaar uit Beverwijk en een Italiaans-Nederlandse familie; ook is er een bestuurslid van de Stichting Wadlopen.

We varen met grote omwegen door de geulen in ruim drie en half uur naar Rottummeroog. Het eiland , evenals Rottumerplaat, komt pas laat in zicht door het sombere weer. Vlak voor aankomst in de geul ten Z.W. van Oog breekt er een zware en langdurige regenbui los. Die wachten we af terwijl het water zakt en dan stappen we via het trapje aan de voorplecht op de zandplaat van het eiland. De meeste mensen hebben laarzen, maar wij trekken onze schoenen en sokken uit. Het is ca 20 min. lopen over de plaat naar de schorren en lage duinen van het eiland. Daar ontmoeten we de heer J. Tiemens van Staatsbosbeheer, die "boswachter" is van het eiland evenals van de Appelbergen (bij Haren). Hij kwam per boot uit Eemshaven.

Het weer is inmiddels opgeklaard met af en toe ook een beetje zon. We maken een rondwandeling van een uur of drie over het eiland, waarbij dhr Tiemens interessante uitleg geeft. Weer langs het houten huisje waar de vogelwachters 's zomers logeren. Nu lopen er een drietal vandaag aangekomen wetenschappelijk gerenommeerde plantenbiologen op het eiland rond, die de habitat inventariseren, wat voor het laatst twintig jaar geleden werd gedaan. We wandelen verder langs het huis van de voormalige strandvoogd Toxopeus en de hoge gietijzeren "kaap", het oude zeebaken dat van verre zichtbaar is en enkele jaren geleden werd gerestaureerd. Langs de bekende "tuin van Toxopeus", een door duinwallen omgeven diepte, waar met enige moeite groentes werden verbouwd toen de familie er nog woonde. Door de omwalling verzamelde zich daarbinnen een bel van regenwater, die op het zoute grondwater bleef drijven. De Westelijke en N.W. kant van het eiland vertonen grote duinafslag. Hier zijn veel hagen van wilgentenen gepoot, om de duinvorming te bevorderen. Aan deze kant zijn ook de restanten te zien van grote strekdammen van puin, bijeengehouden door (groen) gaas . We lopen nu veel verder door in Oostelijke richting dan bij het vorige bezoek. Aan het Noordelijke strand wijst Tiemens ons op grote zwarte kleilagen langs de branding. Dat zijn overblijfselen van de vroegere zuidelijke kweldergronden toen het eiland zelf dus veel noordelijker moet hebben gelegen. We lopen er over; de klei is zwaar, spekglad en zit vol met mosselschelpen en schelpen van "gapers", waarvan er een aantal rechtop in de klei zitten met de scherpe rand naar boven. Verder door de lage duingronden en kweldergronden en enkele geulen. De vegetatie is heel interessant. We zien veel lamsoor, meest, uitgebloeid, maar met hier en daar toch nog enkele laat bloeiende planten. Ook zijn er veel bloeiende zeeasters. Verder noteer ik: koolraket (in bloei), loogkruid, teunisbloem, zeemelkdistel, zeebies, zeealsum, zoutmelde, engels slijkgras, rode ogentroost en zeekraal, waarvan we een stukje proeven. Vogels zien we vrij weinig, behoudens uiteraard de meeuwen, kleine mantelmeeuwen, strandlopers, scholeksters, sterns e.d.

Tegen vieren terug aan boord, waar we door Louis de Jonge worden onthaald op broodjes met een groot stuk rookworst en een kom voortreffelijke snert. Er is ook een kleine keuze aan dranken. Op de terugweg zien we veel zeehonden op de zandplaten. Ik tel er 36 op een van de platen, liggend in de zon, met ver daarachter de branding van de Noordzee. Een foto met telelens genomen.

Al voor zevenen probeert de Jonge de boot binnen te krijgen dat lukt eerst niet en we zitten een tijdje vast in afwachting van het verder opkomend tij. Op de schorren zien we enkele kluten. Later nog weer even vast maar dan zijn we rond half acht terug in Noordpolderzijl. Een zeer mooie en boeiende dag, ondanks het tegenvallende weer.